Nederlandse jongeren zitten te veel

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu brengen jongeren tussen de 12 en 20 jaar ruim tien uur per dag zittend door. Met acht uur slaap erbij betekent dat dat ze maar zo'n zes uur per dag bewegen en dat is volgens deskundigen te weinig.

Gemiddeld zitten Nederlanders bijna negen uur per dag. Dat is langer dan in de rest van Europa. Er is volgens het RIVM een verschil tussen hoger- en lageropgeleiden. De lageropgeleiden doen vaker fysiek werk en zitten daardoor minder.

Gezondheidsrisico's

Dat jongeren hoog scoren, heeft te maken met school, huiswerk maken en computeren. Lang zitten brengt gezondheidsrisico's met zich mee. Er is een grotere kans op diabetes, overgewicht en hart- en vaatziekten. Het RIVM adviseert mensen die veel zitten tijdens het werk om vaker even te gaan lopen. Tijdens het onderzoek werden ruim 9000 Nederlanders ondervraagd. Ze gaven aan hoe vaak ze zitten tijdens werk, school, studie en vrije tijd.

Zitten is het nieuwe roken

Het RIVM baseert zich bij hun waarschuwing op een bijzonder uitgebreide studie uit Australië met ruim 200000 deelnemers, waar meta-analyses op los werden gelaten gedurende een aantal jaren. De conclusies zijn ronduit schokkend.

Gemiddeld leven degenen die negen of meer uur per dag zitten vijf jaar korter en dat is hetzelfde als bij rokers. Vandaar dat zitten het nieuwe roken wordt genoemd. Dit staat los van het fitness level. Degenen die aan fitness doen maar daarnaast langdurig zitten, leven gemiddeld ook vijf jaar korter. Eigenlijk hef je door het langdurig zitten de voordelen van fitness op. Klinkt redelijk inefficiënt. Je werkt je drie keer per week anderhalf uur uit de naad om gezonder en langer te leven maar heft de positieve gevolgen op door langdurig zitten. Doodzonde.

De oplossing

Lekker blijven fitnessen en elke twintig minuten dat je zit even onderbreken met twee minuten lichte lichamelijke arbeid, beweging. Dan heb je het volle profijt van je fitness en word je gezonder ouder dan de mensen die dat niet kunnen opbrengen.

Guus van der Meer